Inleiding - juli 2002
De maand juli 2002 kon voor het onderoek zonder meer enerverend genoemd worden. Na de jeugd en het educatieve aspect in juni 2002 kwamen nu de volwassenen (in steeds grotere getalen) en de sensationele publiciteit. Op enkele krantenberichten volgden meerdere TV-opnamen door RTL5, SBS6 en L1 (regionaal Limburg). 
Er was veel belangstelling voor de opgraving van de Romeinse resten
Het hoofdgebouw werd tenslotte door middel van enkele luchtfoto's en opnamen vanuit een brandweerladder (30 m hoogte) prachtig in beeld gebracht. Het resultaat waren enkele voor Nederlandse begrippen unieke beelden. Het stadsbestuur van Kerkrade dat een bezoek aan de opgraving bracht, was erg onder de indruk en overweegde nu de mogelijkheden om resten van het badgebouw ter plaatse te conserveren, zodat deze ook later aan het publiek getoond konden worden.
Helaas waren er ook enkele dieptepunten. Eerst werd het hoofdgebouw - ondanks de afzettingen - enkele malen door plunderaars/rovers bezocht. Zoals gebruikelijk bij dit soort lieden is vooral naar metalen objecten gezocht. Verrassend was echter dat ook hypocausttegels en andere gebakken bouwsubstantie (dakpannen, vloertegels) "in" bleken te zijn. Zo miste men nu enkele hypocausttegels uit het caldarium en was het trapje naar het koudwaterbad geheel gesloopt, als gevolg van de jacht op tegels. Blijkbaar werden alleen de gave meegenomen. Vervolgens, als klap op de vuurpijl, werd ook nog eens de spiegelreflexcamera gestolen, met - natuurlijk - het rolletje geschoten vanaf de brandweerladder (gelukkig werden tegelijkertijd ook digitale opnamen gemaakt, die wel zijn behouden).
Vorderingen in de maand juli - juli 2002
Het soms zeer regenachtige weer dwong de onderzoekers soms het werk naar binnen te verzetten (uitwerking van documentatie, invoer van gegevens), maar soms was er ook ruimte voor een kleine excursie. Zo gingen de stage-studenten van de VU een keer naar het thermenmuseum te Heerlen en ging de complete opgravingsploeg een keer op excursie naar Duitsland. Na een bezoek aan de bruinkoolmijnen (indrukwekkende dagbouw) volgde een bezoek aan de unieke Romeinse villa (am Silberberg) in Bad Neuenahr-Ahrweiler. Hier was een hoofdgebouw met badhuis in de vierde eeuw zodanig door een modderlawine overspoeld, dat nu het gehele hoofdgebouw tot ca. 1 m boven het antieke vloerniveau bewaard is gebleven. Een schitterend museum is over dit gebouw geplaatst, waarbij verschillende steigers je door het gehele gebouw leiden. Een bezoekje waard! (iets ten zuidwesten van Bonn).
Italiaanse taferelen: de opgravingsploeg bij de avondmaaltijd
Het hoofdgebouw was nu overal tot op een tweede vlak verdiept en slechts in een ruimte (ten noordwesten van het badhuis) zou nog extra verdiept moeten worden. Het hoofdgebouw bleek toch nog verrassingen te bieden. In het tweede vlak werd duidelijk dat de zuidwestelijke hoekresaliet (de hoek van het gebouw) een keer verbouwd is, waarbij nog niet duidelijk was of de grotere variant de oudere of nieuwere versie van het gebouwdeel is. Hier rees nu tevens de vraag of de eerste versie niet ook tot de eerste bouwfase van de villa heeft behoord.
Het hoofdgebouw van de villa vanuit de lucht. Op de voorgrond is het badgebouw zichtbaar
Zoals eerder vermeld (juni) dacht men dat de hoekresalieten van het gebouw in een tweede bouwfase zijn aangelegd. Van de noordoostelijke hoekresaliet waren vooralsnog geen sporen gevonden. Het lijkt er nu op dat deze of geheel ontmanteld is voor de aanleg van het badgebouw of dat deze hoekresaliet meteen als badgebouw is neergezet. Voorlopig had de eerste optie de voorkeur. Hierbij vormde de grote hypocaustruimte (het huidige tepidarium/lauwbad) dan de verwarmde binnenruimte van het hoekresaliet, het representatieve gedeelte van de villa, waar men zich in de wintermaanden kon terugtrekken.
Troffelen, troffelen en nog eens troffelen...
Ten noordwesten van en direct achter het hoofdgebouw werd een tweede waterput gevonden. In een afvalkuil ten zuidwesten van het hoofdgebouw werd een afvalkuil gevonden, die een klein olieflesje opleverde en een fragment van een geribde glazen kom.
Het badhuis (ca. 16 x 12 m) was nu geheel 'gepoetst' en van al het puin ontdaan, zodat nu overal de vloeren zichtbaar waren. In de eerste plaats betrof dit de ondervloeren van de hypocaustruimten, de door middel van een vloer (en- muurverwarming) verwarmde ruimten (dit waren er twee). Hierbij zijn meerdere hypocausttegels (en -peilertjes) in situ (op hun originele plaats) gevonden.
De hypocaustruimte van bovenaf gezien
Boven op deze peilertjes, die op regelmatige afstand van elkaar over de gehele ondervloer stonden werd een bovenvloer aangelegd (ca. 0,60 m hoger), waarvan op een plaats ook de aanzet is teruggevonden. In het noordwesten van het badgebouw werd ook het vloerniveau van het praefurnium (de stookruimte) schoongemaakt. De sporen van het gestookte vuur waren nog zichtbaar: de leemgrond was op bepaalde plaatsen rood verbrand en de tegels van de stooktunnel witgrijs geblakerd.
Leistenenvloer uit het badgebouw
Op dit moment dacht men aan de volgende reconstructie van het badhuis: De omkleedruimte van het badhuis (apotyterium) bevond zich waarschijnlijk in het uiterste noordoosten van het hoofdgebouw. Hier werd langs de westelijke muur een bankje gevonden dat van tegels en hergebruikte dakpannen was gemaakt. Via een gang om de stookruimte en het warme bad betrad men vanuit het oosten het frigidarium, een kleine hal met links de toegang tot het koudwaterbad (picina) en rechts de toegang tot het hete bad (caldarium). Rechtdoor bevond zich een grotere verwarmde ruimte, het lauwe bad of tepidarium, waar men zich tussen de wisselbaden kon ophouden.
Luchtfoto van het badhuis
Het hete waterbad zat waarschijnlijk boven het uiteinde van de stooktunnel, zodat hier relatief eenvoudig een vrij hoge temperatuur kon worden bereikt. De vloer van het frigidarium bleek minstens twee fasen te hebben gekend. De vroegere fase bestond uit in mortel gelegde leistenen platen, waarvan enkele ook vorig jaar al tijdens het vooronderzoek werden gevonden. In een latere fase werden de platen afgedekt met mortel, waarin andere vloerplaten zijn gelegd. Hiervan zijn alleen de afdrukken in de mortel teruggevonden, de - waarschijnlijk duurdere natuurstenen (marmeren?) - platen zijn weggenomen. Het koudwaterbad werd via enkele treden vanuit het frigidarium bereikt. De eerste trede bestond uit natuurstenen tegels, de twee volgende treden waren geconstrueerd uit gebakken tegels. Helaas zijn deze treden door plunderaars kapot gehakt! Gelukkig konden ze nog wel gefotografeerd worden.
Buiten het hoofdgebouw werd vooral het noordoostelijk deel van de het complex onderzocht. Zoals eerder vermeld beschreef het complex een grote (brede U-vcorm), waarvan de basis ca. 230 m was, de zuidwestelijke vleugel ca. 130 m en de noordoostelijke ca. 110 m. Aan het uiteinde van de noordoostelijke vleugel zijn twee grotere gebouwen gevonden, die elkaar oversneden en dus na elkaar hebben bestaan. De jongste van de twee leek weer een in steen opgetrokken gebouw te zijn geweest, waarvan echter alleen de onderste funderingen - met grind gevulde fundamentgreppeltjes - zijn teruggevonden.
De jongste van de twee gebouwen
Het oudere gebouw bezat afmetingen van 30 x 10 m, het jongere gebouw was 7 m breed en moet minstens 13 m lang zijn geweest (het ontbrekende deel van het gebouw werd kort hierna blootgelegd). Met dit vijfde stenen gebouw werd de symmetrie en ordening van het complex nog eens onderstreept: op elk van de vier hoeken van het U-vormige of gevleugelde complex stond een stenen gebouw, terwijl het vijfde en grootste stenen gebouw - het woongebouw - centraal op de basis van de U-vorm lag. Buiten de gebouwen werden enkele afvalkuilen gevonden, die vooral aardewerk hebben opgeleverd. In vergelijking tot de zuidwestelijke vleugel van het complex werden in het noordoostelijke deel duidelijk minder gebouwde structuren gevonden.
