Inleiding - maart 2002
Begin januari 2002 begonnen archeologen van het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) met de definitieve, complete, opgraving van een Romeins villaterrein aan de Holzkuil te Kerkrade. De verwachtingen waren hooggespannen omdat het complex mogelijk compleet was en sinds de Romeinse tijd niet meer intensief in gebruik was geweest. Het was uniek voor Nederland - maar ook daarbuiten - dat een dergelijk ongeschonden terrein in zijn geheel onderzocht kon worden. Het onderzoek, dat tot in september 2002 zou duren, werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de gemeente Kerkrade.
De archeologen aan het werk
Het nieuws van maart - maart 2002
Nog tijdens de opgraving zou begonnen worden met de bouw van een nieuw, modern, villapark. Daarom beperkte de eerste fase van het onderzoek zich tot de trace's van de toekomstige wegen van de nieuwbouwwijk.
Het uitgraven van de wegcunetten (9000 m2), dwars over het gehele terrein, leverde een goede indruk van het terrein op. Deze eerste fase van het archeologische onderzoek was als voortzetting of uitbreiding van het vooronderzoek gedacht. Het beeld van het villacomplex dat uit het vooronderzoek was ontstaan werd hierbij enerzijds bevestigd, maar leverde ook nieuwe gegevens op. In de toekomstige straten werden resten van drie gebouwen uit het vooronderzoek (gebouwen B, C en F) gedocumenteerd. Behalve deze resten werden echter ook gebouwresten op drie nieuwe locaties aangetroffen. Twee van deze 'nieuwe' gebouwen bleken - minstens ten dele - in steenbouw te zijn opgetrokken. Verrassend was bovendien dat een van deze twee (structuur 2) precies in het verlengde van gebouw A uit het vooronderzoek bleek te liggen, hetgeen de duidelijke ordening van het complex nog eens benadrukt. Gebouwresten werden enerzijds zichtbaar door funderingsresten uit grindpaketten (stiepen of doorgaande muurfundamenten), anderzijds door de locaties van paalsporen.
In de eerste fase van het onderzoek werden de lange wegcunnetten opgegraven
Een tweede verrassing betrof een nog onduidelijke structuur in de vorm van een ca. 45 m lange gracht of waterplaats ten zuidoosten van gebouw A. In het zuidoostelijke uiteinde van dit spoor werden vijf paalsporen gevonden die blijkbaar als een soort afschot dienden.
