Veldhoven
De omgeving van Veldhoven behoorde in de Romeinse tijd tot het civitas Tungrorum, het bestuurlijk gebied rond Atuatuca Tungrorum (Tongeren). Deze civitas was in feite een provincie met als centrale plaats de gelijknamige stad in Belgisch Limburg. De Grote Germaanse Volksverhuizing (4e eeuw na Christus) maakte een einde aan de Romeinse heerschappij over het zuiden van het huidige Nederland. Deze verhuizing bracht aanvankelijk vrijwel geen verandering in de aanwezige bevolking en de sterk centralistische bestuursorganisatie vanuit Tongeren, maar rond de zevende eeuw werden in het gebied enkele nederzettingen gesticht door Frankische kolonisten.
In 1871 vond de onderwijzer en amateur oudheidkundige Petrus Norbertus Panken in het gehucht Heers enkele fragmenten van Romeinse terracotta beeldjes, waaronder een vrijwel ongeschonden beeldje van Diana, de godin van de jacht (ca 175 na Christus). Rond de eeuwwisseling ontdekte de Veldhovense dorpsonderwijzer Cornelis Rijken verschillende grafheuvels, evenals diverse archeologische vindplaatsen met sporen uit de Romeinse en uit de Merovingisch-Karolingische tijd. In 1907 leidde dit tot een officiële opgraving door de Rijksdienst voor Archeologie. In 1909 werden bij Heers sporen gevonden, destijds geïnterpreteerd als een Romeinse wachttoren uit het jaar 100.
Het grootste aantal van de vindplaatsen uit de Romeinse tijd ligt aan de noordzijde van de beekloop De Run, die langs het zuiden van het dorp loopt. Zo kwam er Romeins aardewerk tevoorschijn bij het bouwen van een huis aan de Oude Kerkstraat, waaronder een terra sigillata-schaal uit de 2e eeuw (Beex 1968, 118). Mogelijk behoren de vondsten tot een nederzetting. Bij een aantal opgravingen door het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden op de Koningshof werden eveneens Romeinse sporen opgetekend, die geïnterpreteerd werden als de resten van een wachttoren (Holwerda/Evelijn 1910; Braat 1931, fig 3.2). De grote hoeveelheid nederzettingsafval die ter plaatse werd gevonden, geeft echter aan dat we eerder met een nederzetting te maken zullen hebben (Beex 1968, 118). De vondst van een aantal Romeinse munten hoeft deze interpretatie niet tegen te spreken. Verder zijn er verschillende complete Romeinse kruikjes gevonden (ARCHIS-nr. 45400), die een indicator kunnen zijn voor de aanwezigheid van een grafveld. De rechthoekige plattegrond van de ‘wachttoren’ zal dan ook mogelijk als een grafstructuur gezien moeten worden. Tenslotte zijn er verschillende Romeinse munten gevonden in de gemeente Veldhoven, waaronder 25 exemplaren uit het dorpje Heers, dat dichtbij de Koningshof ligt, en vijf op een perceel tegenover de steenfabriek De Heibloem (Boersma 1963). Zoals gezegd behoren al deze vondsten waarschijnlijk tot een nederzetting.
In het buitengebied ten zuiden van Oerle bij Veldhoven bevond zich in de Romeinse tijd inderdaad een nederzetting. Wegens geplande woningbouw werd in de zomer van 2008 en april 2009 in Oerle bodemonderzoek verricht door het Amsterdams Archeologisch Centrum onder leiding van prof. dr. Frans Theuws. De eerste fase van het onderzoek, in zomer 2008, bestond uit bodemonderzoek van akkers aan weerszijden van de Zittardsestraat in Oerle-Zuid. Dit onderzoek, begonnen met een verkenning d.m.v. enkele proefsleuven, leverde diverse sporen op, beginnend in de steentijd tot en met de middeleeuwen. Hiernaast kwamen de resten van een Romeinse nederzetting naar boven, welke dankzij de bodemopbouw zeer goed bewaard zijn gebleven. [1] De roodachtige gloed op
sommige plaatsen in de grond duidt op houten bewoning. De nederzetting zelf werd omgeven door een greppel. Aangezien geen militaire aspecten gevonden zijn is het waarschijnlijk dat het inheemse bewoners waren. Wel werd aardewerk uit Romeinse tijd gevonden, maar opmerkelijk genoeg geen resten van bekers of aardewerk waar uit gedronken werd. De tweede onderzoeksfase uit april 2009 bracht veel aan het licht in het gebied rond de Janus Hagelaarstraat in Oerle. Eind april 2009 zijn de overblijfselen afgedekt en is de grond opgeleverd voor de nieuwbouw.
[1] In dit deel van Brabant komen veel plaggenbodems voor, ontstaan door intensieve bemesting vanaf de middeleeuwen. Deze laag kan wel een meter dik zijn en in Oerle bleek de laag in zeer goede staat te zijn.
Bibliografie
- Beex, G., 1968: Archeologisch overzicht der gemeente Veldhoven, Brabants Heem 20, 110-123.
- Boersma, J.S., 1963: De Romeinse muntvondsten in de provincie Noord-Brabant, Jaarboek voor Munt- en Penningkunde 50.
- Braat, W.C., 1931: Een Romeinse wachttoren bij Veldhoven, Oudheidkundige Mededelingen van het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden, N.R. 12, 21-24.
- Holwerda, J.H./M.A. Evelijn, 1910: Opgraving te Veldhoven (N-Br.), Oudheidkundige Mededelingen van het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden 4, 43-48.
