De Romeinse Villa te Voerendaal - 1985-1987
30 Augustus 2007 werd door vertegenwoordigers van de gemeente Voerendaal, Parkstad Limburg, de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschappen en Monumenten (RACM) en de Provincie Limburg een intentieovereenkomst getekend voor de ontwikkeling van het plan "Archeopark Villa Voerendaal". Het plan, een publiek-private samenwerking, feitelijk project-ontwikkeling, gaat uit van een herbouw van het Romeinse villacomplex in de oorspronkelijke stijl. In het villacomplex kunnen tal van functies worden ondergebracht, zoals woonzorgvoorzieningen, wellnessvoorzieningen (wat dat ook mag inhouden), een archeopark, hotelcomplex en een restaurant. Er zal bovendien een informatieruimte komen en de omliggende landerijen zullen worden ingericht. Het geheel zal aangesloten worden op bestaande wandelpaden.
De Romeinse villa aan de Steinweg te Voerendaal, een van de grootste en bekendste villa's ooit in Nederland gevonden, is door de ROB onderzocht gedurende een drie jaar durende opgraving - tussen 1985 en 1987. In deze periode is maar liefst 6 ha compleet opgegraven. Hiermee is een gebied van in totaal ca 9 ha (!) voldoende onderzocht. Het hoofdgebouw bleef hierbij vooralsnog grotendeels buiten beschouwing aangezien dit ook in de toekomst een beschermd archeologisch monument zal blijven. 
Artistieke weergave van de villa
De overige niet onderzochte gebieden bevatten nauwelijks grondsporen of zijn zo diep onder het maaiveld gelegen (en goed geconserveerd) dat zij vooralsnog geen gevaar lopen. Deze laatste liggen vooral op het laagst gelegen deel van het perceel, aan de Steinweg. Boringen hebben uitgewezen dat het maaiveld uit de Romeinse tijd ca 2 m onder het huidige grondoppervlak ligt. In 1987 is overigens duidelijk geworden dat zich onder de Steinweg nog intacte funderingen en andere sporen bevinden. Ook het perceel ten zuiden van de weg, tot aan de Hoensbeek, bevat op grote diepte nog talrijke overblijfselen uit de Romeinse tijd en de vroege Middeleeuwen.
Opgraving - 1985-1987
Waarschijnlijk is al rond 50 na Chr. (in de oorspronkelijke inheemse nederzetting) een eerste kleine stenen villa gebouwd, al hebben de opgravingen niet veel materiaal uit die tijd opgeleverd. Aardewerk en andere vondsten uit het midden van de 1e eeuw zijn uiterst schaars gebleven. De vondsten uit de houten bijgebouwen bij deze eerste villa dateren hoofdzakelijk uit het laatste kwart van de 1e eeuw. De eerste villa zelf moest helaas buiten het onderzoek blijven. Dat is des te erger omdat de door Braat gepubliceerde plattegrond, maar ook de toenmalige opgravingstekeningen, niet betrouwbaar zijn gebleken. Bij het samenstellen van de overzichtsplattegrond is Braat, zoals nu is gebleken, uitgegaan van enkele onjuiste interpretaties van de eerdere opgravingen uit 1892 en 1929.

Locatie van de villa ten opzichte van Voerendaal
De villa uit de tweede helft van de 1e eeuw heeft echter niet uitsluitend agrarische activiteit gekend. Met name onder de funderingen van de grote villa, ten noorden van het kleine hoofdgebouw uit de 1e eeuw, zijn diverse sporen van industriële bezigheden vastgesteld.
Onder de funderingen van de graanschuur is een drietal cirkelvormige grondsporen aangetroffen met een breedte van 0.30 m en een maxi male diameter van 1 .35 m. Verder zuidelijk op het terrein was door de gracht rond de eerste inheemse woonplaats, een vierde identieke cirkel ingegraven. De vulling bestaat uit houtskool, deels vermengd met talrijke ijzerslakken. Hoewel nog niet duidelijk is hoe deze fenomenen geïnterpreteerd moeten worden, duiden ze in ieder geval op industrie en wellicht op ijzerwinning.
Vondst uit Voerendaal
De oorspronkelijke villa is in de loop van de 2e en 3e eeuw veranderd en sommige gebouwen en vertrekken hebben toen andere functie gekregen. Maar dat wil niet zeggen dat de villa geleidelijk tot de uiteindelijke omvang is gegroeid. Veranderingen waren onder meer de verbouwingen van de zuilengang (porticus), de grote graanschuur en de later toegevoegde toren. Het lijkt erop dat de belangrijkste veranderingen in de 2e eeuw aan de westzijde van de villa hebben plaatsgevonden, zoals ook al door het verloop van de erfgreppels duidelijk wordt.

Oude opgravingsfoto
Een eveneens in deze periode gebouwde vijver is van belang omdat hij in de late 3e eeuw buiten gebruik is geraakt. De vijver werd namelijk gevuld met afbraakmateriaal dat alleen maar van de grote villa afkomstig kan zijn. Dit betekent echter niet dat aan de bewoning een einde kwam. Bij de aanvang van de opgraving in 1985 werd namelijk vastgesteld dat in ieder geval gebouw A nog tot ca. 400 na Chr. compleet overeind is gebleven - dit als onderdeel van een Frankisch dorpje dat in de tweede helft van de 4e eeuw bij de villa is ontstaan. In 1986 zijn bovendien twee begravingen gevonden uit het begin van de 4e eeuw.

Opgraving te Voerendaal
In 1987 werd bovendien vastgesteld dat de villa in een late fase nog een keer verbouwd is. De belangrijkste verandering is de bouw van de al eerder genoemde vierkante toren van 8.5 x 9.5 m, met zeer zware muren die tot 1 .5 m dik zijn geweest. De toren, die op geëgaliseerde funderingen van de villa is gebouwd, zal zeker een verdedigende functie hebben gehad. De zware toren was overigens niet het enige gebouw dat in het centrale deel van de villa nog overeind stond. Zeker is dat in de oostelijke vleugel in een laat stadium nieuwbouw is gepleegd. Er is alle aanleiding om dit ook in de late 3e en vroege 4e eeuw te plaatsen, al ontbreken door de eerdere opgravingen de precieze dateringsmogelijkheden. Tot de vondsten behoort trouwens ook een midden-5e-eeuwse scherf van radstempel sigillata met christelijke symbolen..
Opgraving te Voerendaal
Niet ver van de villa is ook een fundering gevonden van een gebouw dat onderdeel van een poort kan hebben uitgemaakt. Buiten het bijbehorende erf zijn de restanten (klei-resten) van vermoedelijke wasplaats voor dieren gevonden. Van een heel andere orde zijn de gebouwen op het achtererf van de villa, waar geen duidelijke functie aan te geven bleek. Deze zwaar uitgevoerde fundament zouden zeer waarschijnlijk een heiligdom geweest zijn: een klein tempeltje met een vierkante cella en een kleine, open voorhal. Bij een tweede dergelijk gebouw is veel terra nigra aardewerk gevonden. Dat is zo uitzonderlijk dat het wel een bepaalde bedoeling gehad moet hebben. Bij heiligdommen komt zoiets echter wel vaker voor. Op de terra nigra potten zijn inscripties zijn ingekrast - niet erg gewoon voor een villa. Van deze graffiti zijn 4 fragmenten teruggevonden. Drie daarvan vermelden de bijnaam (cognomen) van personen: SECUNDIO, SEVER[US] en iemand wiens naam begint met CU[…]. De vierde is moeilijker te lezen: wellicht NAII IV - wellicht het einde van de naam van een godin: [...]NAE. De graffito kan dan worden aangevuld tot een zin als 'Aan (de godin) [...]NA heeft IU[...US] dit gewijd'. Welke godin bedoeld is valt allicht niet te bepalen.

Opgraving van een fundament van de villa te Voerendaal
